BelevenisparkNEE Stichting Daelzicht wil in Heel een attractiepark ontwikkelen voor mensen met een verstandelijke beperking, dementerende ouderen en kinderen tot vijf jaar. Dit zogenaamde Belevenispark moet jaarlijks honderdduizenden bezoekers trekken uit de Nederland, België en Duitsland. Om het “belevenisproject” soepel langs wetten en regels te loodsen is er een Stuurgroep geformeerd waarin naast een bestuurder van Daelzicht en een wethouder van Maasgouw, ook een gedeputeerde van de provincie zitting heeft. Tot nu toe is door die partijen 647.500 euro aan gemeenschapsgelden in dit commerciële avontuur gestopt.
Waarom BelevenisparkNEE In Heel, een dorp met 4500 inwoners, zijn twee grote instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking gevestigd. Al meer dan honderd jaar maken die instellingen en hun cliënten deel uit van de gemeenschap. De plannen van Daelzicht, één van die instellingen, heeft gezorgd voor veel verzet. Ouders van cliënten, personeelsleden en inwoners van de gemeente zijn tegen de plannen voor een Belevenispark. Zij keren zich ook tegen de wijze waarop Daelzicht dit prestigeobject wil doordrijven. Dit gaat ten koste van de natuur, de woon- en leefomgeving van Heel en het gaat ten koste van de cliënten waarvoor die bestuurders verantwoordelijk zijn. Stichting BelevenisparkNEE is een burgerinitiatief en een platform voor de verontruste groepen.
Wat zijn de bezwaren tegen het Belevenispark De Natuur Het park wordt aangelegd op Landgoed Daelzicht, een natuurlijk groengebied in de woonkern Heel. Het gebied is in bezit van Daelzicht en heeft een beschermde natuurstatus. De bevolking heeft altijd gebruik kunnen maken van het Landgoed. Onlangs heeft Daelzicht het 23 ha grote gebied gesloten voor de inwoners. Ook heeft Daelzicht geprobeerd om de natuurstatus van het gebied af te halen. Daelzicht weigert te praten over alternatieve locaties voor een Belevenispark. Door die opstelling dreigt kostbare natuur te worden opgeofferd voor een economisch avontuur. De woon- en leefomgeving Meer dan 600.000 bezoeken per jaar in een dorp met 4500 inwoners. Een attractiepark heeft grote invloed op het dorpsleven; geluidsoverlast, verkeersstromen en de parkeerproblematiek. Daelzicht heeft voor ieder bezwaar een deskundige ingehuurd om aan te tonen dat het allemaal wel mee zal vallen. Voorbeelden elders in Nederland laten echter zien dat de gevolgen van dergelijke parken in een woongemeenschap zeer ingrijpend zijn. Inwoners willen een leefbaar Heel. De cliënten Het naar schatting zeventig miljoen euro kostende Belevenispark moet inkomsten genereren om de zorg betaalbaar te houden, aldus Daelzicht. Het park wordt ook een werkgelegenheidsproject voor alle cliënten van Daelzicht en cliënten van andere zorginstellingen in de provincie Limburg. Alle bestaande dagvoorzieningen in de provincie worden daarvoor afgebouwd. Cliënten moeten dan dagelijks uit alle delen van de provincie naar het Belevenispark in Heel. Volgens ouders van cliënten is dit een enorme belasting voor deze kwetsbare groep. Ook wijzen ze erop dat alle regionale en plaatselijke  vrijwilligersinitiatieven worden stopgezet en dat de bestaande voorzieningen voor dagopvang daarmee in één klap verdwijnen. Mocht het risicovolle project mislukken dan zijn de cliënten het kind van de rekening. Een attractiepark van en voor een speciale doelgroep lijkt een sympathiek initiatief. De bestaande attractieparken bieden echter voldoende mogelijkheden voor cliënten. Een bezoek aan deze parken sluit ook beter aan bij het streven naar maatschappelijke integratie. Er is slechts een beperkte groep meervoudig gehandicapten in Nederland die beter af is met gespecialiseerde attracties. Deskundigen schatten dat het hierbij gaat om ongeveer 30.000 personen. Voor deze doelgroep is het concept van Daelzicht niet geschikt. Zij zijn gebaat bij kleinschalig opgezette initiatieven zoals “de Nieuwe Belevenis” in Arnhem.
Commerciële avonturen We zien hier wederom een voorbeeld van commerciële, branchevreemde, initiatieven door besturen van instellingen die met publieke middelen gefinancierd worden. We hebben de afgelopen jaren gezien wat er gebeurt als zorgbestuurders zich in onzekere avonturen storten. Bij Philadelphia, een zorgonderneming voor verstandelijk gehandicapten, investeerden bestuurders in commerciële projecten en brachten de onderneming aan de rand van de afgrond. De commerciële avonturen van thuiszorggigant Meavita leidden uiteindelijk bijna tot een totale ondergang. Ook buiten de zorg zijn er voorbeelden van bestuurders die de doelstelling van de organisatie uit het oog verloren zoals bij woningcoöperatie Vestia en de onderwijsinstelling ROC Leiden. Bestuurders van deze instellingen werden niet geremd door gebrek aan kennis, maar zetten alles op alles om eigen prestigeprojecten te realiseren. Desnoods ten koste van de doelgroep waarvoor zij verantwoordelijk waren. Volgens mevrouw J. Buijks, bestuurlid van Daelzicht, hoeven we ons bij haar plannen voor het Belevenispark daarover geen zorgen te maken. In “de Telegraaf” van 13 december 2015 stelt ze: “Ik kan hierbij garanderen dat dit geen financieel fiasco voor de zorg gaat worden, schrijf dat maar op”. Minister Schippers heeft inmiddels aanvullende maatregelen aangekondigd omdat verschillende incidenten (!) met commerciële plannen van zorgbestuurders hebben aangetoond “dat slecht bestuur en onvoldoende intern toezicht op een zorginstelling gevolgen kunnen hebben voor de kwaliteit, veiligheid en continuïteit in de zorg”. Voor zorgbestuurders geldt: “schoenmaker blijf bij je leest”. Het gaat om kwetsbare groepen cliënten. Daarbij passen geen risicovolle avonturen maar investeringen in goede zorg.